Literair en heilshistorisch bijbel lezen! (Terug)


In het Nederlands Dagblad stond kort geleden een verslag van een studiedag gewijd aan het literair bijbel lezen. Koert van Bekkum gaf daar een kritische reactie op. Bob Vuijk vond dat daarmee geen recht was gedaan aan het onderwerp en hij wilde een positieve lans breken voor deze manier van bijbel lezen. Daarop schreef dr. Douma een artikel waarin hij enige nuchterheid wilde betrachten, maar wel op zo'n manier die bij mij de indruk achterliet dat deze methode verdacht is. Hij verwijst daarbij naar (te spitsvondige) vondsten van dr. Fokkelman. Daarbij wekt hij de indruk dat literair bijbel lezen niet los te denken is van de filosofie van Fokkelman. Zijn conclusie is uiteindelijk: 'Fokkelmans filosofie over de bijbel voert ons alleen maar van het bijbelverhaal af.' Het is echter onterecht een bijna is-gelijk-teken te plaatsen tussen de methode van Fokkelman en het literair lezen van de bijbel.


Eťn van de problemen waar ik in deze uitwisseling van meningen tegen aan loop is de vraag naar helderheid. Wat is literair bijbel lezen? Zelf wil ik niet spreken van literair bijbel lezen. Dat roept bij een deel van de gelovigen vervreemding op en kan afstand scheppen. Wat wil ik wel? Wanneer ik de bijbel lees heb ik niet alleen aandacht voor de grammatica en de vorming van betekenis van woorden, maar ook voor de literaire aspecten van het bijbelgedeelte. Ik lees een psalm als een lied en een lied heeft andere kenmerken dan een wetstekst of een verhaal. Zij hebben elk eigen (literaire) kenmerken. Dat voelt iedere lezer ergens wel aan. Een brief van Paulus is herkenbaar als een brief, vanwege de aanhef en afsluitend de groet als literaire kenmerken. Zo beginnen wij onze brieven en e-mails ook en sluiten af met de 'hartelijke groeten van.' Ik wil daarom het denken over (literaire) kenmerken van teksten in de bijbel niet beperken tot de vertellende (literaire) teksten.


De schrijvers van de bijbelboeken maakten gewoon gebruik van (literaire) middelen om de boodschap van hun tekst te versterken. Een deel daarvan komt ons vertrouwd over, zoals het refrein (literair middel) in Psalm 42, 43 en Psalm 136. Daarnaast gebruikten zij (literaire) middelen die wij niet zo snel herkennen, omdat wij ze niet meer gebruiken. Een paar voorbeelden. Wie de Psalmen, Spreuken, Job en ook Jesaja (55:5,6!) leest, komt vroeg of laat tot de ontdekking dat de eerste regel van een vers en de tweede ongeveer hetzelfde of juist het tegenovergestelde zeggen, en dan net in iets andere woorden. Dit heeft een functie. Een fraai voorbeeld is Psalm 114. Deze psalm leent zich erg goed voor een beurtlezing (-zang) waarin de eerste lezer elke eerste en de tweede lezer de tweede regel voor zijn rekening neemt. De Psalm gaat dan sprankelen. Een ander literair kenmerk is de herhaling die in verhalen en geschiedenissen voorkomt, soms woordelijk, soms met kleine variaties. Deze herhalingen hebben, afhankelijk van de context, een eigen functie in het verhaal. In Genesis 23:6 en 8 staat bijvoorbeeld twee keer 'zo gingen die beiden (Abraham en Isašk) tezamen.' De schrijver had dit ook ťťn keer kunnen zeggen. Dat deed hij niet, omdat hij met het literaire middel van de herhaling emotie wil oproepen bij de lezer. Tussen beide zinnen staat namelijk een kort gesprekje tussen vader en zoon. De ťťn weet (Abraham) wat de ander niet weet (Isašk). De herhaling 'zo gingen die beiden tezamen' roept zo de eenzaamheid op die van vader en zoon afstraalt. Abraham kan het niet over zijn hart verkrijgen het werkelijke doel aan Isašk te vertellen. Tegelijk geeft hij een diep doorleefd antwoord in geloof. Naast dit voorbeeld zijn er vele andere. Is dit nu literair bijbel lezen? Nee, lettend op literaire kenmerken krijg ik als lezer meer oog voor de diepgang van verhalen, geschiedenissen, liederen en profetieŽn.


Dit staat niet tegenover heilshistorisch bijbel lezen. Het zijn geen twee benaderingen die elkaar uitsluiten. Ze richten zich op andere aspecten. De grammatica van een taal helpt de lezer zinnen te lezen. De semantiek (de studie naar betekenis van woorden) helpt de lezer het woordenboek op een goede manier te gebruiken. De literaire wetenschap helpt de lezer oog te krijgen voor de opbouw van en wendingen in geschiedenissen en liederen. De aandacht voor de heilshistorie helpt de lezer deze in het juiste perspectief te zien binnen het kader van het handelen van God in de geschiedenis met zijn volk.


Waar komt deze huiver voor aandacht voor het literair lezen vandaan? Dit heeft volgens mij minder te maken met de methode als zodanig, als wel met de vooronderstellingen. In dit geval van Fokkelman die met resultaten kan komen, waarvan de lezer zich afvraagt: zijn deze dingen werkelijk zo? Dan is het gemakkelijk om een methode af te schrijven door te wijzen op te spitsvondige resultaten die niet overtuigend zijn of op de achterliggende filosofie, waardoor de methode 'verdacht' is.


Ik verlang naar een gereformeerde theologie die in staat is om op een vruchtbare wijze de resultaten van niet theologische vakgebieden kritisch te verwerken in het eigen onderzoek. In dit geval: de algemene taal- en literatuurwetenschap. Ik zeg kritisch, want de theologie mag deze resultaten toetsen en bevragen op vooronderstellingen. Vrijwel automatisch accepteren wij dit wel van de studie van het Hebreeuws en het Grieks. Zonder kennis van het Hebreeuws kan een dominee of theoloog niet de grondtekst lezen. Dat voelt ieder weldenkend mens aan. Hoe zit het met kennis van de taalwetenschap? Heeft de studie naar de literaire aspecten van een verhaal of een lied een ander karakter dan de studie van het Hebreeuws? Is het terecht dat de theologie de resultaten van de ene wel, maar van de andere studie niet overneemt of verwerkt? Onze God heeft ons de taal gegeven en de mogelijkheden die taal kan hebben.


Ik pleit daarom voor verder gaande bezinning op de literaire aspecten van de bijbelse verhalen, geschiedenissen en liederen.


Evert Jan Hempenius