1. God leren kennen (terug)

Geloof jij in God?

Ik val maar meteen met de deur in huis. Geloof jij in God? Wanneer ik deze vraag aan willekeurige voorbijgangers op straat stel, krijg ik heel verschillende antwoorden. De één denkt dat er wel 'iets' is, en noemt dat 'iets' god. Wat dat 'iets' is blijft verder vaag. Een ander denkt dat god overal is, in de natuur en ook in jezelf. Geloven in god betekent voor hem vooral geloven in jezelf. Een derde noemt god Allah en leest de koran. Een vierde gelooft in Jezus en in God. Nummer vijf stelt een wedervraag: 'hoe kun je nu geloven in 'iets' dat je niet kunt zien?' Heb ik daarop een antwoord? Het boeiende is dat de bijbel deze vraag niet uit de weg gaat.

Niemand heeft ooit God gezien!

In het bijbelboek 'Evangelie van Johannes' staat: 'Niemand heeft ooit God gezien' (Johannes 1:18). En inderdaad, wanneer je de bijbel door leest, kom je er achter dat geen enkel mens God heeft gezien. God bewoont namelijk een ontoegankelijk licht. Hij is Geest. Je leest wel voortdurend over mensen die de stem van God hebben gehoord en zijn woorden hebben doorgeven. Zij vertellen ook over de daden van God. Verder gaat het over mensen die intense ervaringen van de aanwezigheid van God hebben gehad. Soms liet God iets van zichzelf zien in dromen of visioenen. Dit maakte een overweldigende indruk op de ontvanger daarvan. Hoe geweldig groot moet God in werkelijkheid zijn!

Een enkele keer kwam God onder de mensen als een mens. En daarmee kom ik bij Jezus Christus. Johannes schrijft over Hem:

'Niemand heeft ooit God gezien. maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.' (Johannes 1:18).

Hij zegt dat ik God leer kennen door Jezus, de enige Zoon, die zelf God is. Hij rust aan het hart van de Vader en heeft dus een heel nauwe en intieme band met God, de Vader.

Jezus Christus heeft Hem doen kennen!

Het is nu bijna tweeduizend jaar geleden dat Jezus een kring volgelingen en leerlingen om zich heen verzamelde. Dat waren gewone mannen en vrouwen. Eén van hen was Filippus. Hij trok enkele jaren met Jezus mee, kreeg van Hem onderwijs en was getuige van zijn daden. Tijdens een gesprek, wanneer Jezus bezig is afscheid te nemen, omdat Hij weet dat Hij kort daarop zal sterven, vraagt Filippus aan Jezus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’ Hij vraagt hier enorm veel. God zien is niet niks. Hoe zal Jezus hierop reageren?

Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?' (Johannes 14:8,9)

Kort samengevat is zijn antwoord: 'Kijk naar mij en je ziet God.' Ik kan me goed voorstellen dat Filippus en de anderen Jezus na dit antwoord vol ontzag aanstaarden, maar tegelijk nog niet beseften wat de betekenis van dit antwoord was. Voor hen stond een mens, weliswaar een heel bijzondere mens, maar toch een mens. 'Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.' Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat de man die je gedurende enkele jaren intensief hebt leren kennen, God is. Hij was hoorbaar, zichtbaar en tastbaar bij hen. Filippus heeft met Hem gegeten en gedronken. Wie Jezus kent, kent God. Dat is dit grote geheim van het christelijk geloof.

Wie Jezus gezien heeft

Vervolgens legt Jezus aan Filippus uit wat Hij bedoelt. De woorden die Jezus al die jaren in de kring van de leerlingen gesproken heeft, waren zomaar zijn woorden, maar woorden van God. Dit vraagt geloof van Filippus. Woorden van Jezus, woorden van God? Jezus gaat een stap verder. Ook dat kan nog moeilijk zijn om te aanvaarden, daarom wijst Jezus op de daden van God die Hij door Jezus gedaan heeft. Filippus was erbij toen Jezus zieken beter maakte, blinden weer konden zien, verlamden weer lopen, zelfs doden ontvingen het leven terug. God, de Vader, is de bron van het leven. Dat Jezus doden opwekte, laat zien dat God door Hem heeft gewerkt en werkt. Jezus wijst nu op de diepere betekenis. Mijn woorden zijn woorden van God, mijn daden zijn daden van God, de Vader. Toen Jezus kinderen bij zich riep en hen vaderlijk ontving, liet Hij zien hoe God mensen ontvangt die als een kind naar Hem toe gaan. Al die momenten dat Jezus vergeving aan mensen gaf, lieten zien hoe God vergeving geeft. Jezus wekte doden op. God wekt doden op en zal doden opwekken. God heeft zo zichzelf zichtbaar gemaakt in Jezus die als mens onder ons heeft geleefd.

Heeft God gezien

Kort na dit gesprek met Filippus en de andere leerlingen, is Jezus door de joodse leiders gevangen genomen en vervolgens overgeleverd aan de Romeinse bezetter in de persoon van Pontius Pilatus. Deze Romein heeft Jezus vervolgens in een schijnproces veroordeeld tot de doodstraf op de aanklacht dat Hij de koning van de joden was. Daarop werd Jezus aan een kruis gehangen. Dat was een afschrikwekkende, verschrikkelijke en pijnlijke dood. Jezus stierf binnen enkele uren. Enkele getrouwen legden hem in een graf en bewezen hem de laatste eer. Twee dagen later gingen enkele vrouwen naar zijn graf om zijn lichaam te balsemen, daar waren zij op die middag van de graflegging nog niet aan toegekomen. Groot was hun schrik toen zij een leeg graf aantroffen. Waar was Hij? Even later zoekt de levende Jezus hen op. Hij is niet meer dood! Hij leeft! Wat voor mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Waar de dood voor mensen een onherroepelijk einde betekent, heeft Jezus de dood overwonnen. Een wonder zonder weerga!

Mijn Heer en mijn God

Een andere leerling van Jezus, Thomas, kon die wonder eerst niet geloven. Hij wordt wel 'ongelovige Thomas' genoemd. Ondanks het enthousiasme van de anderen, geeft hij aan dat hij pas zal geloven als hij het lichaam van Jezus kan aanraken en met zijn hand de wonden in het lichaam van Jezus kan voelen. Hij houdt het gewoon voor onmogelijk houdt dat hij Jezus nog een keer in levende lijve zal ontmoeten. Jezus was voor hem gestorven. Voor hem geldt duidelijk: eerst zien en dan geloven. En Jezus komt hem daarin tegemoet.

Acht dagen na de opstanding uit de dood verschijnt Hij ook aan Thomas. Het onvoorstelbare gebeurd. Jezus nodigt hem uit Hem te betasten en vast te stellen dat Hij het echt is en niet een geestverschijning. Hij heeft een echt lichaam, waaraan de gevolgen van de kruisiging nog steeds te zien en te voelen zijn. Thomas is totaal overrompeld. Eerst liep hij nog vol bravoure te verkondigen dat hij eerst Jezus wilde aanraken, nu kan hij nog maar één ding uitbrengen. Mijn Heer, mijn God!’ (Johannes 20:28).

Nu vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Thomas gelooft en ontdekt nu wat Jezus bedoelde met: 'Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.' Thomas heeft God gezien! God is machtiger dan de dood. Nadat Thomas de ontdekking van zijn leven heeft gedaan, zegt Jezus: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Johannes 20:29).

Jezus en ik

Jezus is zo nog een paar keer verschenen aan zijn leerlingen. Daarna heeft Hij zich zo niet meer laten zien aan andere mensen. Hij is nu in de hemel bij God. Ik kan Hem dus nu niet zien, maar omdat Thomas net zo'n ongelovige was als ik (was) en hij ook tot geloof is gekomen, kan ik ook geloven. 'Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Daarom heeft Johannes deze dingen opgeschreven en wil mij met de ogen van Thomas laten kijken en met hem dezelfde ontdekking te doen. Jezus is mijn Heer en mijn God! En als Hij mijn God is, kan ik mijn leven aan Hem toe vertrouwen. Hij heeft de macht over het leven en de dood. Hij herstelt het leven en door Hem vindt ik het leven weer.

Er zijn toch meer wegen?

De antwoorden van mensen op straat kunnen verschillend zijn. De één geloof niets. De ander gelooft 'iets'. Ik geloof dat Jezus de enige weg weer tot God te komen is, zoals Hij zelf heeft gezegd:

Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. (Johannes 14:6).

En:

Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. (Johannes 17:3).

Het gaat dus in het christelijk geloof om grote dingen: eeuwig leven, de waarheid, het leven met God.

Om over na te denken

Wat is volgens de kern van het christelijk geloof?

Hoe hebt u Jezus leren kennen?

Wat weet u van Jezus?

Gebed

Heer, Schepper van hemel en aarde,

Vader van onze Heer Jezus Christus,

geeft u mij een geest van inzicht

in wat u bekend gemaakt hebt,

zodat ik u mag kennen.

In Jezus' naam,

Amen.

(naar Efeziërs 1:17)

Om na te lezen

God leren kennen door Jezus Christus: Johannes 1:18

De vraag van Filippus: Johannes 14:8-11

De ontdekking van Thomas: Johannes 20:24-29