God geneest! Aantekeningen bij Jakobus 5:13-18 (terug)

Aanleiding

  • Geneest God de zieken? Er is de laatste tijd een sterkere roep om genezingsdiensten – ziekenzalving – handoplegging. Die roep leidt tot vragen en verwarring, maar ook tot verwondering over de genezing door God!

    • Vragen: Waarom doen wij dat niet?

    • Verwarring: Waarom wordt de één wel genezen, maar de ander niet?

      • Onzekerheid: Ligt het aan mijn geloof dat ik niet beter wordt? Ligt het aan mijn verleden? Ligt er een vloek op mijn familie, die eerst moet worden weggenomen? Zijn er mensen in mijn omgeving die genezing in de weg staan?

  • Geneest God de zieken? Ja, genezing is van God! Hij is de Heelmeester (Ex. 15:22-27). In Ex. staat genezing in het kader van verlossing – geloof – gehoorzaamheid – verbond. Jezus Christus, Zoon van God, genas de zieken als teken van de verlossing en van het Koninkrijk. Hij gaf de discipelen volmacht zieken te genezen (Mc. 16:17.

  • Het is niet goed om genezing op gebed ‘te reserveren’ voor bijzondere genezingen. Dan doen wij de heerlijkheid van God te kort. Het is ook genezing op gebed waar een biddende gemeente rond de zieke (in het ziekenhuis of thuis) is.



Context!

  • God geeft ons geen losse teksten waarnaar wij ons leven moeten richten, maar brieven en boeken die samen zijn Woord aan ons vormen! Ofwel let op de hele brief!

  • Jakobus schrijft in de brief aan de joodse gemeente (1:1) over twee thema’s: het gevaar van rijkdom en de zonden van de tong.

    • De arme leden ervaren veel beproevingen (1:2-18). De rijken krijgen de wacht aangezegd (5:1-6). Jakobus steekt vooral de arme broeders een hart onder de riem. In 5:7-20 roept hij hen op tot geduld (5:7-11; Job als voorbeeld); eenvoudige betrouwbaarheid (5:12); gebed (5:13-18; Elia als voorbeeld); behoud van de zondaar van zijn dwaalweg (5:19-20).

  • 5:7-20 laat een paar opvallende dingen zien en die wijzen op de eenheid van dit stuk:

    • De oproep tot de broeders komt een paar keer terug (5:7, 9, 10, 12, 19).

    • Jakobus wijst een paar keer op ‘de komst van de hemelse Rechter die zal oordelen’ (5:7, 8, 9, 12). Hij wil dat de broeders schoon schip maken in hun leven tegenover Jezus Christus en tegenover elkaar, vandaar dat het belijden, vergeven en bedekken van zonde een paar keer genoemd wordt (5:15; 16; 20).

    • Zowel in 5:7 als in 5:17 noemt hij op de regen en de vrucht die het land geeft.



Overzicht

5:13-18

  • In dit gedeelte staat het gebed centraal:

    • 5:13 als iemand leed heeft te dragen – bidden.

    • 5:14 als iemand blij is – lofprijzen.

    • 5:15 als iemand ziek is – de oudsten spreken over hem een gebed uit en zalven.

    • 5:16 belijdt elkaar de zonden en bid voor elkaar.

    • 5:16-18 het gebed van de rechtvaardige – Elia als voorbeeld.


5:13

  • Leed’ – tegenslagen in algemene zin. Het leven van Job als voorbeeld, beproevingen.

  • Blij te moede’ – Hier kan het ook om tegenslagen gaan, want Jakobus heeft eerder geschreven over blijdschap onder beproevingen. Hoe onderga je moeilijke situaties? De één gaat er onder gebukt, de ander draagt ze blijmoedig.

5:14

  • Ziek’ – dat de zieke ‘de oudsten’ (– ouderlingen) laat roepen, geeft aan dat de zieke te zwak is om zelf naar de oudsten te gaan. Ook het woord ‘lijder’ wijst daarop. Vandaar dat de Rooms-katholieke kerk vooral denkt aan mensen die op korte termijn kunnen sterven. Zij verbinden aan Jak. 5:14 het sacrament der zieken. Daarin gaan zij verder dan de voorschriften van Jakobus.

    • Opmerking: voorstanders van genezingsdiensten beroepen zich ook op deze tekst, maar gaan voorbij aan het feit dat het hier over (ernstig) verzwakte mensen gaat, die niet naar zo’n dienst zouden kunnen gaan. De oudsten gaan naar de zieke toe. Het gebed vindt in de besloten kring plaats.

  • Olie’ – dit is olijfolie. Deze heeft een verzachtende en helende werking op de huid (Lk. 10:34; Jes. 1:6). De olie kan hier ook een symbolische functie hebben, maar dat is niet zeker. Het is het verhoring van het gebed dat de lijder behoudt.


5:15-16

  • Gezond maken’ – het Griekse woord gebruikt Jakobus vijf keer. De andere vier keer (1:21; 2:14; 4:12; 5:20) bedoelt hij het behouden voor het (eeuwige) leven, zo is het daar ook vertaald. Verder valt op dat Jakobus in 5:16 wel spreekt over ‘genezing ontvangen’. ‘Behouden’ is sterker. In 5:16 gaat het over het onderlinge gebed voor elkaar, in 5:14 is het gebed aan ‘de oudsten’ opgedragen. Ook dat is een aanwijzing dat het om een ernstiger situatie gaat.

  • Gelovig gebed’ – Dit is het gelovig gebed van de oudsten.

    • Dit weerspreekt de gedachte dat het geloof van de zieke beslissend is voor genezing, of dat andere factoren, zoals een vloek in de familie genezing kunnen tegengaan. Dan kan de zieke zich schuldig gaan voelen, wanneer geen genezing volgt.

  • Over hem een gebed uitspreken’ – Het valt op dat Jakobus hier niet zegt: ‘voor elkaar (hem) bidden’, zoals in 5:16. Het lijkt erop dat de (ernstig) zieke het gebed over zich heen laat komen, terwijl ‘de zieke’ in 5:16 actief betrokken is.

  • Oprichten’ – Ook dit is een lastig woord. Het betekent, afhankelijk van de situatie: wakker maken, opstaan van een bed (na ziekte), opwekken uit de dood.

  • De Here’ – De Heer Jezus zal het doen.

  • En als hij zonden heeft gedaan’ – Jakobus legt hier geen direct verband tussen (ernstige) ziekte en zonde, maar het belijden en de vergeving van zonde krijgt hier wel uitdrukkelijk een plaats. Hij wil dat rond het gebed, de belijdenis van zonden in de gemeente een plaats krijgt. Niet in algemene zin, maar concreet benoemde, zoals hij de zonden in zijn brief aanwees (bijv. Jak. 3:1-12). Vergelijk Psalm 103:3-5.

5:17-18

  • Het gebed van een rechtvaardige’ – de rechtvaardige is degene die uit geloof en vergeving van zonden leeft. Zonden staan niet meer tussen hem en God en de broeders in. Jakobus beperkt dit niet tot oudsten alleen, maar richt zich tot alle broeders.

  • doordat er kracht aan verleend wordt’ – God geeft de kracht. Jakobus kent de grootheid en betrouwbaarheid van God de Vader (Jak. 1:17). Heel het leven is in zijn hand (Jak. 4:13-17).

  • Elia’ – Zie 1 Koningen 17:1-5 en 18:1, vergelijk Openbaring 11:6. De ‘rechtvaardige’ is op de hand van de Here en kent zijn wil. Hier valt wel op dat de geschiedenis van Elia niet gaat over ziekte, maar over het oordeel van God over ongeloof. In een andere geschiedenis heeft Elia een overleden jongen opgewekt (1 Kon. 17:7-24).



Tenslotte

  1. Jakobus roept de broeders en zusters op om een biddende en dankende gemeente te zijn – kringen die samen komen om met elkaar en voor elkaar te bidden en te danken zijn geen overbodige luxe in de gemeente. Het gaat hier om het persoonlijke gebed en lofprijzing, het gebed met de oudsten en het onderlinge gebed.

  2. Jakobus wil dat de belijdenis van zonde een goede plaats in de gemeente heeft, zowel tegenover de oudsten, maar ook tegenover elkaar (vergelijk Mat. 18:15-20) om vergeving te ontvangen en vrede in je hart.

  3. Jakobus laat zien dat hij gericht is op het behoud van de broeders en met name van degene die leeft in zonde, de zondaar.

  4. De voorschriften die Jakobus geeft voor de gebeden rond (ernstige) ziekte zijn niet eenvoudig over te zetten naar onze tijd, zeker niet naar genezingsdiensten. Het gaat hier naast gewone ziekte om ernstige ziekte en zwakheid, zodat de oudsten bij de zieke moeten worden geroepen.

  5. Geneest God de zieken? Jazeker, iedere gave (ook genezing) die goed is, daalt van boven neer (Jak. 1:17). Laten wij vooral danken voor de genezing die God geeft en vertrouwen op onze Heer Jezus Christus. Ons leven is in zijn hand. Verder: in het Nieuwe Testament werden en bleven mensen ziek (2 Tim. 4:20).

  6. Voor Jakobus is het belangrijk dat de gelovige behouden is voor het eeuwige leven en voor Jezus Christus kan verschijnen. Dit komt ook hier naar voren.

  7. In dit verband wil ik het Onze Vader noemen. Dit gebed spreekt over de verlossing, het Koninkrijk en de Kracht van God. Dit is ook de kracht tot genezing.